Ik groeide op in een huishouden waar mijn ouders emotioneel niet beschikbaar waren. Mijn moeder zat vast in haar eigen verdriet en verwachtingen, waardoor ik als kind leerde dat het aan mij was om haar gelukkig te maken. Mijn vader zocht troost in alcohol en was druk met werk. Ik voelde me vaak letterlijk en figuurlijk tussen hun pijn instaan. Met een broertje dat volgens mijn moeder lastig was, nam ik al vroeg de rol van rustbrenger op me. Ik deed het huishouden en probeerde de sfeer te verzachten.





